fbpx
De wekker gaat. Ik stap uit bed, spring onder de douche, was mezelf met wat shampoo en douchegel. Dan naar de keuken voor het ontbijt. Fruit met yoghurt en wat nootjes. Ik zet koffie en maak broodjes klaar voor de lunch. Maar terwijl ik dit allemaal uitvoer, bedenk ik me hoeveel plastic ik deze ochtend al in mijn handen heb gehad met dit, toch vrij normale, ochtendritueel.

Plastic shampoo- en douchegelflessen, folietjes om het fruit, plastic zakken of bakjes waar de noten in zitten, koffiecups, boterhamzakjes, verpakkingen van het broodbeleg. Ga zo maar door. Ik voerde dit ritueel jarenlang op de automatische piloot uit, zonder er verder over na te denken. Totdat ik ergens las dat de Europese plasticproductie op zo’n 60 miljoen ton plastic zit. Omgerekend is dat 31 kg plastic per persoon. Moet je nagaan, met al die kleine frutseltjes die overal stiekem tussendoor glippen. Een folietje hier, een extra tasje daar. En de plasticproducenten knallen vrolijk door.

In de vorige eeuw sprongen de uitvinders van plastic een gat in de lucht toen ze het nieuwe goud in handen hadden. Zó innoverend, goedkoop en handig. Materiaal wat meebeweegt, wat niet kapot kan en wat een stuk lichter is dan glas. Daarbij kan het ook nog chemisch worden bedrukt met felgekleurde letters en logo’s. Hoe leuk!

Sindsdien gebruiken we het spul bijna overal voor. Maar waarom is het eigenlijk zo slecht? Nou, het is gewoon niet kapot te krijgen. Het duurt honderden jaren voordat het is afgebroken en hierdoor komen we er maar moeilijk vanaf. Plastic is een overkoepelende term voor kunststof materialen die we maken uit grondstoffen zoals aardolie, aardgas en planten. Met tien kilo aardolie heb je genoeg om zo’n drieduizend (!) supermarkttasjes te maken. Tien procent van alle olie wordt gebruikt om plastic te maken en de rest zetten we om in bijvoorbeeld benzine. Daarbij komt zo’n 15-40% van al het plastic ter wereld in de zee terecht. Het deelt zich op in giftige micro-stukjes die het zeeleven aanzien als voedsel. En op deze manier komt het ook nog in ons eten terecht. Smakelijk.

Onze zeeën zijn één grote plastic soep geworden. Deze term werd in 1997 bedacht door de Amerikaanse kapitein Charles Moore. Op zijn zeiltocht van Hawaii naar Zuid-Californië zag hij grote stukken plastic dobberen op zee en hij kwam erachter dat de zee vol zat met die eerdergenoemde giftige micro-stukjes. Niet te filteren dus.

Toen ik in Maleisië was, waande ik me in een paradijs op aarde. Witte stranden, palmbomen, hangmatten: het hele pakket. Maar ’s ochtends was dat paradijs ver te zoeken. De stranden lagen dan helemaal vol met aangespoeld plastic. Jerrycans, flessen en andere onherkenbare, vezelige stukken. Een ocean clean-up is natuurlijk een goed idee, maar voorkomen is nog beter. Wees bewust van de schade die het aanricht aan het zeeleven en aan jezelf! Je hebt geen plastic nodig. Kies bijvoorbeeld voor groente zonder folie, drink zonder rietjes en neem een eigen tas mee naar de supermarkt.

Onnodig plastic komt er bij ons ook niet in. In plaats daarvan zijn de verpakkingen van onze verzorgingsproducten van papier, glas of blik. Materialen die veel beter afbreekbaar zijn en er ook nog eens mooi en authentiek uitzien. Bewust omgaan met plastic is niet moeilijk en je levert er geen comfort voor in. Laat ons je inspireren en strijd samen mee voor plastic vrije zeeën!

– Veerle van Oceonics

Winkelwagen
Er zijn geen producten in de winkelwagen
Subtotal
0,00
Totaal
0,00
Verder winkelen